dinsdag 27 juni 2017

Recensie: "Slaap zacht, Johnny Idaho" - Auke Hulst

* * *
Soms kies je een nieuw boek omwille van de mooie kaft, of een intrigerende titel. In het geval van "Slaap zacht, Johnny Idaho" trok de naam van het hoofdpersonage me aan. 

De korte inhoud vond ik veelbelovend. Johnny Idaho is een tiener die 'de Archipel' wil bereiken, waar Willem Gerson werkt. Die is terminaal ziek en financiert biomedica Hatsu Hamada in haar zoektocht naar het medicijn dat onsterfelijkheid belooft. 

Ik vond het ook leuk om nog eens een oorspronkelijk Nederlandstalig boek te lezen. Vlaamse en Nederlandse schrijvers zijn een zeldzaamheid in mijn boekenkasten. Spijtig genoeg werd me na een paar bladzijden alweer duidelijk waarom. "Johnny Idaho" is puur sciencefiction. Een toekomstverhaal in een fictieve politiestaat (die 'Archipel' dus; in de Stille Oceaan dus met heel veel Aziatische invloeden) vol technologische snufjes. 

Johnny zelf is een arrogante, vloekende achttienjarige die vertelt in een eerste persoonsperspectief, maar naarmate het boek vordert en ontdekt waar hij vandaan komt, begin je wel sympathie voor hem te krijgen. Het blijft wel vreemd hoe hij doorheen zijn verhaal een tweede persoon in de jij-vorm blijft aanspreken. Je zou denken dat hij de lezer zelf bedoelt, maar wanneer die 'jij' plotseling ook antwoordt zonder dat er een fysieke aanwezigheid is, moet je die theorie laten varen. 

De stukken over Gerson en Hamada zijn dan weer in een derde persoonsperspectief. Gerson weet me ook niet te bekoren, en ik sta best neutraal tegenover hem. Hamada is wel interessant, met een zachtaardig karakter en altruïstische motieven maar die zelf toch ook een gelukkig leven wil leiden. Je komt nooit te weten hoe die Archipel precies ontstaan is, en wat er is gebeurd in de wereld. Ook kom je pas tegen het einde aan te weten waarom precies Johnny Idaho daar en naar Gerson toe wil. Hoewel alle technologie in dit boek me stoorde, is het toch wel van een literair niveau dat ik met plezier zou willen bespreken in een leesclub.

maandag 26 juni 2017

Boeken verslonden in juni



Op het vliegtuig naar Zagreb begon ik een pocket te lezen; minder gewicht in de handbagage en ook hanteerbaarder. Een typisch horrorverhaal uit de tijd van "The Omen" en "The Exorcist". Het deed me af en toe ook aan "The Mask" van Dean Koontz denken: een meisje bezeten door een geest uit het verleden. Het verhaal is best eng. De personages hebben hele rare familiebanden. Moeder en vader kunnen totaal niet meer samen leven maar doen het toch, en ze gedragen zich ook vreemd naar hun kinderen toe, zonder enige opvoedkundige vaardigheden. Ik vond het goed hoe Saul niet alles tot in de puntjes uitlegt en dat je zelf moet ontdekken wat er precies aan de hand is. Niet dat het verhaal een mysterie is; het is heel duidelijk wat er gebeurt en wie wat doet, maar de achterliggende dynamiek, het hoe-verhaal, laat hij weg of biedt hij alleen aan op een heel subtiele manier. Het perspectief verandert constant: een hoofdstuk begint met een personage, maar als die een ander personage ontmoet, verschuift het perspectief naar dat personage. In een bepaald hoofdstuk ontmoet het tweede personage ook een derde personage en is er opnieuw zo'n verschuiving, zodat je drie verschillende perspectieven in hetzelfde hoofdstuk hebt. Iets waarvan ik steeds heb geleerd dat je dit moet vermijden tijdens het schrijven van een verhaal.

Ik dacht dat met "Prince Lestat" Anne Rice klaar zou zijn met de Vampire Chronicles. Het duurde dan ook een hele tijd voor ze dat boek publiceerde na het vorige deel in de reeks. Ongeveer een decennium zelfs. Maar vorig jaar kwam opeens "Prince Lestat and the Realms of Atlantis". Het verhaal keer nu terug in de tijd naar vóór de oorsprong van de vampieren, namelijk het ontstaan van de bloedgeest Amel en de tijd toen hij zelf nog een wezen was van vlees en bloed.  De oudere boeken vertelden steeds vanuit een eerste persoonsperspectief. In dit boek is dit alleen bij Lestat; de hoofdstukken die rond de andere personages draaien, staan in een derde persoonsperspectief. De eerste helft van het boek is een beetje vreemd en heeft in mijn ogen een hoog "Cowboys & Aliens" gehalte, waardoor het moeilijk is het verhaal serieus te nemen. Halverwege het boek krijgen we een grote flashback naar de tijd van Atlantis met een lange beschrijving van hoe de stad eruit ziet. Ik vond dit stuk interessanter om te lezen dan de eerste helft van het boek. Maar er ontbreekt iets. Misschien komt het omdat de romantische, met geschiedenis gevulde vampierkronieken hier plaats ruimen voor een meer wetenschappelijk getint sciencefictionverhaal. Ironisch genoeg, want een groot thema in het boek zijn verloren zielen, is de ziel van het verhaal weg. Het vuur is eruit. De taal, de stijl, de beschrijvingen, alles lijkt eerder fabricagewerk dan het product van een gepassioneerd schrijfster.

Soms kies je een nieuw boek omwille van de mooie kaft, of een intrigerende titel. In het geval van "Slaap zacht, Johnny Idaho" trok de naam van het hoofdpersonage me aan. De korte inhoud vond ik veelbelovend. Johnny Idaho is een tiener die "de Archipel" wil bereiken, waar Willem Gerson werkt. Die is terminaal ziek en financiert biomedica Hatsu Hamada in haar zoektocht naar het medicijn dat onsterfelijkheid belooft. Ik vond het ook leuk om nog eens een oorspronkelijk Nederlandstalig boek te lezen. Vlaamse en Nederlandse schrijvers zijn een zeldzaamheid in mijn boekenkasten. Spijtig genoeg werd me na een paar bladzijden alweer duidelijk waarom. "Johnny Idaho" is puur sciencefiction. Een toekomstverhaal in een fictieve politiestaat (die "Archipel" dus; in de Stille Oceaan dus met heel veel Aziatische invloeden) vol technologische snufjes. Johnny zelf is een arrogante, vloekende achttienjarige die vertelt in een eerste persoonsperspectief, maar naarmate het boek vordert en ontdekt waar hij vandaan komt, begin je wel sympathie voor hem te krijgen. Het blijft wel vreemd hoe hij doorheen zijn verhaal een tweede persoon in de jij-vorm blijft aanspreken. Je zou denken dat hij de lezer zelf bedoelt, maar wanneer die "jij" plotseling ook antwoordt zonder dat er een fysieke aanwezigheid is, moet je die theorie laten varen. De stukken over Gerson en Hamada zijn dan weer in een derde persoonsperspectief. Gerson weet me ook niet te bekoren, en ik sta best neutraal tegenover hem. Hamada is wel interessant, met een zachtaardig karakter en altruïstische motieven maar die zelf toch ook een gelukkig leven wil leiden. Je komt nooit te weten hoe die Archipel precies ontstaan is, en wat er is gebeurd in de wereld. Ook kom je pas tegen het einde aan te weten waarom precies Johnny Idaho daar en naar Gerson toe wil. Hoewel alle technologie in dit boek me stoorde, is het toch wel van een literair niveau dat ik met plezier zou willen bespreken in een leesclub of bij Literaire Creatie.

donderdag 1 juni 2017

Boek verslonden in mei

Mei was een goed gevulde maand met "Guardians of the Galaxy 2" in de cinema, een concert in Düsseldorf met de muziek van "Final Fantasy", het schoolfeest van Daan, een avondje met schrijfster Els Beerten, het gouden jubileum van mijn nonkel Rudy en tante Frieda, een uitgebreide geocache-sessie in Gruitrode en Neerglabbeek, een geweldige Escape Room in Sittard met een licht horror-thema, en een reisje naar Zagreb, Kroatië, met de vriendenkring van Nele. Als ik dan ook nog een boek kies van 700 pagina's, blijft dat het enige dat ik deze maand gelezen heb.

Met een warm gevoel van verwachting keerde ik terug voor een blij weerzien naar de wereld van Anita Blake, vampierenjager, gecreëerd door Laurell K. Hamilton. Ondertussen het 25e boek in de reeks, heb ik een dubbel gevoel bij “Crimson Death”. Het ís een blij weerzien: personages waar je al zoveel tijd mee hebt doorgebracht, liggen eenmaal nauw aan het hart. Het probleem met dit alternatief universum is dat die personages ondertussen gewoon met teveel zijn, en ik heb zeker niet met allemaal dezelfde affiniteit. Het boek start met een probleemsituatie in Dublin. Eerder in de reeks zou Anita meteen naar Ierland reizen zodat het verhaal goed van start kon gaan. Hier gebeurt dit letterlijk pas halverwege het boek. De eerste 350 bladzijden zitten de personages simpel gezegd de hele tijd te zagen. Anita’s relationele situatie is het extreem tegenovergestelde van monogamie, en dat brengt heel wat jongleerwerk met zich mee. Je merkt dit ook in de vertelstem: het is allemaal té ingewikkeld geworden en ik moest me echt door de dialogen worstelen. Gelukkig komen we dus halverwege het boek eindelijk in Dublin terecht, en maakt Edward Forrester weer actief deel uit van het team. De dynamiek tussen Anita en Edward is nog steeds hetzelfde en ze blijven hun bijnamen “Oorlog” en “Dood” (jawel, twee Ruiters van de Apocalyps) eer aandoen. Na een tijdje vervalt Hamilton echter in de gewoontes van de eerste helft van het boek: teveel personages op een hoopje die mondeling met elkaar de strijd aangaan en de aandacht wegtrekken van het bovennatuurlijke. Niet alleen dat, ze valt ook in herhaling, waarbij ze bijna letterlijk dezelfde woorden gebruikt waarmee ze een halve of hele pagina eerder al een bepaalde situatie aansneed. Dit boek kon zeker de helft korter zijn geweest. Gelukkig is er een degelijke climax die veel goed maakt, hoewel ik hier net het tegenovergestelde gevoel had dan bij de rest van het boek: het einde had veel uitgebreider mogen zijn. En Dublin zelf komt eigenlijk nauwelijks aan bod, wat ik wel spijtig vond omdat ik daar al eens ben geweest en in dit boek toch wel wat herkenbare plaatsen had verwacht.